Swingalong

Ze dansen. Zweterige plakkerige lijven deinen langs en in elkaar. Zongebruinde borsten ingesnoerd in fluorescerende strapless tops. Opgefokte haantjes met spijkerharde kapsels. De zon is onder maar de sterren fel. Op een festival danst jong zich volwassen. “Wodka-redbull for breakfast baby”.

Vincent schreeuwt zijn longen schor. Ben grijnst breed. Drie dagen lang leven ze volgens de pompende beat die de grond doet trillen en hun hartritme overneemt. Hun armen zien blauw van de injecties en de pupillen poppen uit hun hoofd als Anime. Ze wassen zichzelf in de lichamen van anderen en ze gaan nooit meer naar huis. Het einde van de regenboog is hier, middenin die deinende mensenmassa en ze duwen zich een weg naar de pot goud. Binnen is het veilig, binnen zijn de kleuren en de geuren en de zin van het bestaan. De cola bruist door hun aderen en ze houden van iedereen.

Achter het meer, achter de grote tent met de dj en achter de mensenmassa die danst als één, daar staat een caravan met patat. Biologische patat. En achter de biologische patat hangt een schommel. En met die schommel kun je hoog. Zo hoog dat je denkt de sterren uit de hemel te kunnen grijpen. Zo hoog dat je denkt dat je God bent. Maar je bent God niet. Er is een meisje dat na haar patat besluit de schommel tot grote hoogte te brengen en ze neemt een snoekduik richting publiek. Maar de schommel blijkt ook maar een schommel en niet de hemel en het meisje valt. Ergens tussen de patat en de mensen. En plots is de enige beat die ze nog hoort die van haar eigen hart. En niemand zag het. Niemand zag haar vallen. Maar daar ligt ze. Haar been ligt een beetje gek en ze mist een tand. Ben en Vincent vinden haar. Vincent probeert haar broekje uit te trekken maar Ben ziet dat niet zo zitten. Misschien slaapt ze. Een schone slaapster. Vincent wil haar kussen. Ben is in paniek. Moet ze geen hulp? Vincent neemt een besluit, met zijn kop vol pillen en zijn kaken malend strak. Ze moet terug, terug het leven in geschommeld. Hij zal haar helpen. En dit keer, dit keer raken ze de hemel.

Vincent staat wijdbeens op de schommel. Tussen zijn kuiten klemt hij het meisje stevig vast. Haar hoofd knikkebolt op haar borst. Ben duwt de schommel harder en harder, hoger en hoger. Vertederd kijkt Vincent naar beneden. Het is het mooiste meisje dat hij ooit zag. Zijn lange lijf zwiept mee op de cadans van de schommel. Hij draait zijn hoofd naar Ben en knikt. Nog één krachtige duw en dan gaan ze. Ben grijnst breed. Hij geeft de schommel een laatste zet. Vincent en het meisje, ze vliegen. Over verbaasde hoofden, langs fel verlichte tenten. En dan voelt Ben het. De angst die hem langzaam bekruipt. Vanuit zijn tenen bereikt het zijn kruin. De angst om stil te staan terwijl de wereld danst.