WINNAAR Boekenweek Schrijfwedstrijd 2015

“Derk Fangman, Sara van Gennip en Olga Kortz zijn de drie winnaars van de schrijfwedstrijd van de BoekenweekEervolle vermeldingen zijn er voor Peter Veen en Ruth Koops van ’t Jagt. Dit is zojuist bekendgemaakt in de Bibliotheek Het Eemhuis in Amersfoort. Zij werden gekozen uit ruim 1400 ingezonden verhalen rondom het thema waanzin.” – http://www.boekenweek.nl/nieuws/2015/04-Winaars_Boekenweekschrijfwedstrijd_bekend.html

Mijn verhaal GRAFGIFT lees je hier: 

GRAFGIFT

Hier sta ik, te leven. En daar lig jij, dood te zijn. Je naam keurig uitgesneden in glimmend marmer. Ik ontknoop mijn schoenen, ontstroop mijn sokken en voorzichtig stap ik op je graf. Het zand voelt klam en plakt tussen mijn tenen. Mouw voor mouw wurm ik me uit mijn jas. Mijn heupen wiegen zachtjes als ik mijn duimen achter het elastiek van mijn rok steek en dit naar beneden trek. Wiegende heupen in een katoenen onderbroek. Ik kijk links, rechts, nog eenmaal links en schuif dan tergend langzaam het broekje omlaag. Even kijk ik naar beneden, naar mijn geschoren vrouwenvlees. ‘Kleine kokette Katinkaaa’ zong je altijd plagerig terwijl je vingers er een weg naar zochten. Al snel werd Katinka een geuzennaam en ik hunkerde naar het moment dat je thuis kwam en haar zachtjes in mijn oor fluisterde, met als pavloveffect dat Katinka direct begon te kwijlen. Ik glimlach bij die gedachte terwijl ik neerhurk op de vochtige aarde. Dan sluit ik mijn ogen en denk aan jou, net zo lang tot ik ons weer kan zien.

Ik zie ons dansen. Zweterige plakkerige lijven deinen langs en in elkaar. Zongebruinde borsten ingesnoerd in fluorescerende strapless tops. Opgefokte haantjes met spijkerharde kapsels. De zon is onder maar de sterren fel. Op een festival danst jong zich volwassen. “Wodka-redbull for breakfast baby”. Jij schreeuwt je longen schor. Ik plaats mijn lippen op de jouwe en blaas nieuwe lucht je longen in. Drie dagen lang leven we volgens de pompende beat die de grond doet trillen en ons hartritme overneemt. Onze armen zien blauw van de injecties en de pupillen poppen uit ons hoofd als Anime. We wassen ons in elkaars lichamen en we gaan nooit meer naar huis. Het einde van de regenboog is hier, middenin die deinende mensenmassa en we duwen ons een weg naar de pot goud. Binnen is het veilig, binnen zijn de kleuren en de geuren en de zin van het bestaan.

Struikelend over scheerlijnen banen we ons op de laatste dag een weg tot in de rij voor de douches. Jij houdt je staande aan een wasbak, ik lig languit op de bemodderde tegels. Ik kijk naar je baard die fel afsteekt tegen de verlopen mascarameisjes naast je in de rij. Wat was iedereen daar lelijk. En de uitzonderingen die met appelrode wangen en gladgeschoren benen reeds hun tanden poetsten, die hadden vast niet zo’n leuke nacht gehad als wij. Onder de douche worden onze oorlogswonden pas goed zichtbaar. Jij lacht als een hyena om onze blauwe ruggen en ons gebrek aan enige herinnering. Tijdens het tandenpoetsen wordt duidelijk dat achter mijn dikke lip een gebroken tand schuilgaat. ‘Dit is zo’n ochtend die je pas op pensioensgerechtigde leeftijd echt gaat waarderen,’ verzucht je. De wasbakmeisjes knikken eensgezind en gaan voort met hun renovatiewerkzaamheden. Felrode lipstick gaat van hand tot hand en in de hoek kotst iemand hartstochtelijk in een doucheputje.

Het moet toen geweest zijn dat ik van je ben gaan houden. Jouw grote vrees dat wij ooit normaal zouden worden heb ik nooit gedeeld. Zeker niet toen je ziek werd en dikwijls op je knieën viel voor onze kat, in wie je Napoleon dacht te herkennen. Jouw gekte ontnam ons iedere mogelijkheid op een normaal huisje-boompje-beestje bestaan. Maar die angst dat ook wij uiteindelijk ten prooi zouden vallen aan de burgerlijkheid maakte je gekker dan gek, gekker dan ik kon verdragen. Daarom heb ik je dit beloofd. Daarom sta ik hier. Zie: mijn eeuwige trouw uitgedrukt in twee blote billen boven je graf. Met een zucht laat ik mijn plas de vrije loop. Lauw stroomt het langs mijn voeten de zachte aarde in. Na ons de zondvloed.